• Arjan's column

    Kan een club jonge spelers echt opleiden, of hoef je alleen maar bezig te zijn om het aanwezige talent zo goed mogelijk naar de top te begeleiden? Het is een vraag die steeds terugkeert in het (jeugd)voetbal. Ik houd zelf van discussiëren, zeker als je daarmee een onderwerp echt scherp kunt krijgen. Dus toen ik lang geleden begon als Technisch Jeugd Coördinator bij Altius, ging ik over deze vraag met mensen in discussie.

    Vaak bracht ik dan de mening in dat als we iedere speler van jongs af aan een optimale begeleiding geven, we na tien jaar iedereen tot een goed niveau moeten kunnen hebben opgeleid. Maar de reactie, een andere mening, was vaak dat het zonde van de energie is spelers met weinig talent optimale begeleiding te geven, want het talent zit er in of het zit er niet in. Zo volgt de discussie al snel de lijnen van het ‘nature or nurture’-debat, oftewel: is goed kunnen voetballen aangeboren, of een gevolg van opvoeding of opleiding?

    Belangrijke vraag daarbij is natuurlijk wat een ‘goed niveau’ is. Is dat beroepsvoetbal of de top van het amateurvoetbal? Of is het het maximaal haalbare per speler, dus ieder het maximale op zijn eigen niveau?

    Het is mooi te zien dat er bij Altius nu al talentjes zijn van 4 en 5 jaar bij wie de kwaliteit er vanaf druipt. Daar is nog geen trainer aan te pas gekomen. Daarmee zou je dus denken dat het gaat om (aangeboren) talent.
    Maar wat is dan talent? Volgens mij is het belangrijkste talent dat een speler zichzelf wil verbeteren. Dit noemen we intrinsieke motivatie. Zo’n talentje slaapt bijna letterlijk met de bal onder zijn kussen, zo iemand kom je overdag ook altijd tegen met een bal onder zijn arm. Zoiets kun je niet echt aanleren. Maar je kunt het wel stimuleren.

    Een ding is helder: een opleider moet de vaardigheden hebben het voor de spelers leuk en uitdagend te maken. Dit geldt voor de leraar op school of muziekles of wat voor hobby dan ook. Iedereen kent nog de topleraar van vroeger die de les zo leuk maakte en waarom je met plezier naar juist zijn lessen ging. Maar er waren ook leraren wie dat nooit lukte; ze misten de kwaliteiten om les zo leuk te maken. Dit vind ik een belangrijk uitgangspunt voor de opleiding: mensen die zelf enthousiast en vrolijk zijn, geven zo vertrouwen en plezier en zijn ook voor onze club de sleutel tot succes.

    Nu stelt de directeur van de KNVB, Jan Dirk van der Zee, in een recente column: ‘Er valt meer te winnen dan het winnen zelf.’ We vinden dat ook terug in de nieuwe spelvormen van onze jongste voetballers, waarbij het winnen nog maar een detail is geworden bij het spel. Volgens de KNVB en ook de Belgische Voetbalbond vraagt dit een andere manier van kijken binnen het (jeugd)voetbal: in plaats van alleen maar te focussen op het resultaat van de wedstrijd (winnen), moeten we volgens de kenners van de bonden meer oog hebben voor de winnaarsmentaliteit van jonge spelers: hoe reageren ze bij een achterstand, wat doen ze als ze de bal verliezen? Tonen ze initiatief, coachen ze mee en hebben ze een Winning Mindset? Als dat er allemaal in zit, is volgens hen dan verder alles te ontwikkelen.


    Arjan Wingelaar

     

    Arjan Wingelaar is verenigingsmanager van Altius en vindt het leuk als je op een inhoudelijke en positieve manier wilt reageren op zijn column. tc@altius.nl